Mijn eerste herinnering, daarna werd ik ontvoerd

Zijn ogen zijn gesloten, het is hem niet duidelijk of hij afdaalt of opstijgt naar zijn herinnering, een gegeven die de tijd hem nog niet heeft prijsgegeven, wat ze hem wel heeft meegegeven is dat diezelfde herinnering dynamisch beweegt in de tijd, zich aanpast aan het moment van diegene die haar herinnert, zich als een bloedzuiger vastklemt in zijn permanent geheugen zonder haar waarheid nog in twijfel te trekken, wat confronteerend word als de tijd of een ander standpunt soms bijzondere gekke bokkensprongen maken waardoor haar vermomming wegvalt en ze zich aanpast aan een nieuw gegeven, als het ware in een post waarheid terechtkomt. Kan hij zich zijn eerste eigen herinnering voor de geest halen? En is ze positief of negatief? Zijn het niet onze trauma’s die we ons het best herinneren en die ons zo fel verder beïnvloeden? En wie kan ze dan wel bevestigen?

Mijn ogen zijn gesloten. Ik ben 4 jaar als ik haar vraag door de klas hoor galmen.
“We hebben het vandaag over onze papa!”
Wil ik ze wel openen? Ik vrees dat ik het wel zal moeten doen, maar als ik ze straks opendoe, zal ik niet weten waar te kijken, en zeker niet in de ogen van mijn juffrouw met een gigantische hoofd van wel honderd keer haar borstomtrek waarop een pak golvend haar zweeft. Dit is trouwens niet mogelijk, ze heeft in mijn herinnering namelijk geen ogen, boven haar neus is enkel een dikke haardos te zien en midden in haar gezicht ligt een verfomfaaid uitgedroogd bewegend orgaan, waarmee ze me straks zal aanspreken. Alle kinderen zitten in een cirkel en ergens in die cirkel zit ik ook. Iedereen beantwoordt stuk voor stuk de vraag van de juffrouw. Ik doe heel langzaam mijn ogen open en het bewegend verfrompellend orgaan wordt steeds duidelijker.

“Jij weet niet wat voor werk je papa doet?”

Hierna werd ik ontvoerd.

Advertenties