Sigaret

Ik voelde me al behoorlijk geërgerd toen ik besefte dat de oude man naast me mij bestudeerde bij het rollen van mijn sigaret. Nog een die straks wat uit het hoofd geleerde litteratuur zannikt over de gezondheidsproblemen die onstaan bij het paffen.
“Ça ne se voit prêsque plus des gens qui roulent leurs cigarets eux-même.”
Ik keek op.
“C’est beau, c’est beau.”
Ik was uit mijn lood geslagen, verwonderd. Niet zozeer over het feit dat hij mijn aktie mooi vond, maar over zijn wereldvreemheid. Ik ken massa’s mensen die rollen.
Het besef dat ik zoveel keer meer kans maakte om van dat blaadje met wat gedroogde tabak in mijn handen een misbaksel te brouwen, maakte me op slag nerveus en vertraagde gevoelig mijn vertrouwde ritueel.
“En tout cas, c’est mieux.”
En ik was onmiddellijk gezakt voor mijn examen spontaniteit. Ik had dan ook niet liever dat hij in zijn naïve euforie bleef, want ik voelde me namelijk wel gevleid.

11/11/08

Advertenties